Vroeger Was Alles Beter (Met Jannetje Koelewijn En NRC Media Holding B.V.)

, , Leave a comment

Over het algemeen zijn het Parool en het NRC helemaal dol op free market capitalism. Huizen zijn onbetaalbaar in Amsterdam, winkelpanden zijn nog erger. En de middenklasse is massaal de stad uit aan het vluchten omdat die met de dag meer onleefbaar wordt. Dat vinden het Parool en het NRC prachtig. De ene na de andere column vertelt ons hoe geweldig goed het wel niet gaat met “onze” stad, en “onze” economie en “onze” internationale reputatie.

Zo heel af en toe, echter, doet zo’n “columnist” z’n ogen open, kijkt om zich heen en denkt: “Tering, wat een smerige kutstad is dit zeg?!??”

En dan krijg je dit soort columns.

Leest u even mee?

vroeger-was-alles-beter

NRC: Waar is de juwelier van het Damrak gebleven?

De grootvader van Theo Kroon was marskramer in Friesland, zijn vader handelde in boerenantiek. Zelf was hij juwelier in Amsterdam geworden, met een winkel aan het Damrak, op nummer 11, bij het Centraal Station. Voor het pand – met een gevel uit 1891 – had hij 165.000 gulden betaald en de zaken liepen goed. Begin jaren zeventig. Het Damrak was een winkelstraat met banketbakkers, parfumerieën, boekhandels. Je ging erheen voor trouwringen of een zilveren geboortebekertje.

Hadden z’n kinderen een hond, of een hamster, of goudvissen?

Dat moet je er eigenlijk bij vermelden Jannetje, dat maakt de juwelier meer menselijk.

Ik sprak Theo – eigenlijk Tjitse – Kroon in oktober 2000, toen ik voor NRC een reportage maakte over de verloedering van het Damrak en de pogingen van de gemeente om die te keren. In zijn etalage lagen tweedehandshorloges, voor duurdere spullen was geen markt meer. Het Damrak was een en al pizzatent en souvenirshop geworden. Hij vertelde me dat hij vier, vijf keer per jaar vastgoedmensen over de vloer kreeg die hem zo 2,5 miljoen gulden voor zijn pand wilden geven, contant. Hij ging er nooit op in. Hij wilde niet dat zijn winkel de zoveelste vreetschuur werd. Hij droomde van een Damrak zoals het was geweest, met flanerende mensen in nette kleren en op zondag een levend orkest in De Roode Leeuw. „Alles is verdwenen toen de huurprijzen werden vrijgegeven”, zei hij. En al zou hij zijn pand toch verkopen, wat moest hij met het geld? De ene helft zou naar de belasting gaan. De andere helft moest hij beleggen. En weinig betere beleggingen dan een pand aan het Damrak in Amsterdam. Honderdduizend passanten per dag, de droom van elke uitbater. Ze hebben trek als ze uit de trein komen. Ze willen een biertje drinken voor ze de Wallen op gaan. Ze zoeken tickets voor de bus naar Volendam.

Arme, arme, zielige juwelier.

Twee en een half (2,5) miljoen gulden.

Wat zou ie daar in godsnaam mee moeten?

Zeventien jaar later zijn de reclameborden verdwenen. De uitbouwsels op het trottoir zijn er ook niet meer. Het Damrak ziet er veel netter uit sinds het deel is van het project Rode Loper. Maar in de negentig panden zitten nog altijd twaalf souvenirwinkels. Er zijn vierentwintig eettentjes die allemaal ongeveer hetzelfde verkopen: pasta, pizza, steak, friet, wafels, crèpes. In de juwelierszaak van Theo Kroon zit nu Bon Appétit. Het marmer van de oude etalage is nog net zichtbaar achter de plastic deuren. Aan de bar wordt Russisch gesproken, de uitbater heet Jusef. Hij heeft geen idee, zegt hij, aan wie hij maandelijks de huur betaalt.

Jannetje heeft wat last van OCD.

Jannetje loopt daar schuimbekkend en briesend dat Damrak af (vlakbij het Rokin, waar het hoofdkantoor van het NRC zit, want Jannetje mag – onaangeliijnd – nog niet zo ver van “thuis”). Jannetje heeft dan de tijd om alle souvenirwinkels op het Damrak te tellen. Daarna telt ze graag – gewoon met ‘r twee (2) handjes en ‘r tien (10) vingers – alle “eettentjes”. Ze beent daar dan rond met ‘r handtas, op ‘r flatjes, brullend: “Vroeger zat hier een hele goede parfumerie”… of “Vroeger zat hier een banketbakker”. Soms, als Jannetje het echt te kwaad krijgt, stormt ze dan zo’n “eettentje” binnen en begint direct de mensen met een migratieachtergrond die daar werken lastig te vallen: “Waar zijn al die flanerende mensen in nette kleren, gebleven”? Ze wordt dan meestal dom aangekeken door een kudde stinkende toeristen, allemaal dronken en stoned, waarna het personeel van het “eettentje” even contact opneemt met het hoofdkantoor van het NRC. “Ja hallo, dit is Argentinian Grill van het Damrak? Dat rare wijf is hier weer aan het gillen tegen onze klanten over dat levende orkest. Kan iemand ‘r komen ophalen”? Jannetje wordt dan aangelijnd, buiten, voor het “eettentje” totdat iemand van de redactie haar kan ophalen. Eenmaal terug op kantoor krijgt ze dan meestal een koekje, een pakje appelsap met wat Xanax, waarna Jannetje heerlijk in ‘r mand gaat liggen. Peter Vandermeersch aait ‘r dan altijd wat over haar buik, want daar wordt ze rustig van.

Het Kadaster weet het wel: aan Nedstede, het bedrijf van vastgoedmiljonair Michael van de Kuit. „Vorig jaar is het pand aan ons overgedragen”, zegt de vrouw aan de telefoon. Verder wil ze er niets over kwijt. En waar is Theo Kroon gebleven? Niemand die het me kan vertellen. Ook Google niet.

Vroeger had je nog geen Google, Jannetje.

Google Classic

Jannetje Koelwijn is een smerige boze burger, fascist, populist, racist die terug wil naar 1950.

(En alle winkels dicht op zondag red.)

 

Share
 

Leave a Reply