Status Aparte (Met De Ombudsman Van Het NRC En Youp van ‘t Hek)

, , Leave a comment

Theo van Gogh was een hele groffe, felle, geflipte, bijzondere woordenkunstenaar.

Zijn columns waren – veelal – waanzinnig hard.

Hij schuwde schuttingtaal niet, dus wenste hij mensen geregeld een enge ziekte toe; kanker, tering, tyfus etc.

Theo van Gogh was vrijwel de enige Nederlandse columnist die dat deed (voor zover ik mij kan herinneren).

Door de moord op Theo van Gogh ontstond er dus letterlijk “een gat in de markt”.

Dat gat is gevuld door niemand minder dan Youp van ‘t Hek.

In ons medialandschap geniet Youp een hele bijzondere status aparte.

Hij is de enige columnist van dit land die vrouwen mag uitmaken voor kut

… homo’s mag uitmaken voor flikker

… en mensen de dood in mag wensen.

Sterker nog: Youp van ‘t Hek mag niet alleen opschrijven: “Zou u haar doen”?

Youp mag opschrijven wie er gedaan moet worden.

Niemand. Anders. Mag. Dat.

Als je het in je hoofd haalt zul je worden verguisd als een intolerante haatblogger racist fascist verkrachter die terug wil naar 1950.

(En alle winkels dicht op zondag).

Een vreemde situatie niet?

Wij zijn toch een land wat prat gaat op onze grote bek, onze mondigheid, onze groffe, zwartgallige humor en onze vrijheid van meningsuiting.

Maar er is maar een (1) levende columnist die een vrouw “kut” mag noemen?

De Ombudsman van het NRC schreef een heuse hasbara column om aan onze domme gecensureerde burgers uit te leggen hoe dat zo gekomen is en waarom dat zo is.

Dus.

profanity

Leest u even mee?

NRC: Mag Youp wat GeenStijl niet mag?

De titel is een retorische vraag. We kennen het antwoord namelijk al: Youp mag niet alleen dingen die GeenStijl niet mag; Youp mag dingen die helemaal niemand nooit nergens niet mag. Youp is ons knuffel enfant terrible. Daar waar zelfs Hans Teeuwen en Theo Maassen een wereld van digitale en analoge kritiek (en doodsbedreigingen) over zich heen zouden krijgen, mag Youp schitteren en zich uitlaten hoe hij maar wil. 

Waarom is dat?

Wat is het verschil tussen Youp en GeenStijl? Dat blog, het „afvoerputje van internet”, werd in NRC hard aangepakt in het Commentaar, uit naam van de „beschaving”, na een seksistische actie tegen een journaliste. Maar, vragen verschillende lezers, waarom staat de krant de eigen columnist Youp van ’t Hek dan toe te fantaseren over het „ruimen” van SGP-politicus Kees van der Staaij, en over seksuele acrobatiek van diens echtgenote met een „neger”? (Klaar met Kees, 21 juli 2017).

Een domme vraag volgens mij.

Ik zou liever zien dat meer columnisten zich op dergelijke manieren durven uit te laten.

Vergis je niet; als je kwetsende dingen schrijft krijg je zonder meer een legertje van digitale Deugridders over je heen.

Omdat columnisten dat echter weten, censureert men veelal zichzelf.

Die column was een groot klikcijfersucces, zoals vrijwel alle columns van Van ’t Hek; deze knalde vrijdag al naar de eerste plaats in de Top-20 van best gelezen stukken en daalde pas op zondag naar de tweede plaats. Mooi dat die Van der Staaij eens flink „de oren werd gewassen”, schreef een lezer. Maar niet iedereen lachte dus mee met het „christenpesten”, zoals een andere lezer het noemde („moedig ook, je hoeft niet voor een fatwa te vrezen of een mes tussen je ribben”).

En dat klopt wel.

Youp zal inderdaad niet zo snel de Islam bekritiseren.

Vanwege de angst voor de (mogelijk dodelijke) gevolgen.

Hans Teeuwen heeft kort geleden – tijdens een GeenPeil uitzending – precies hetzelfde gezegd.

“Ik kijk wel uit voor de Islam”.

Mag Youp wat GeenStijl niet mag?

(Asked and answered eds.)

Yes.

Nod Yes Icon

De columnist zelf mailt, op die vraag: „Dat mag de krant uitleggen.” En: „Natuurlijk wens ik die Kees niet dood, maar als hij aan Amerikanen gaat vertellen hoe gemakkelijk het zogenaamd in ons land gaat, mag ik als columnist toch aan een Amerikaan uitleggen dat we dit soort mensen als Kees afspuiten. Dat heet satire.” Het is niet voor het eerst dat Van ’t Hek sommige lezers irriteert en evenmin voor het eerst dat hij zich satirisch verhoudt tot andermans dood of seksleven. Zie een eerdere column waarin hij de zelfmoord bekritiseerde van een leraar die „een Herman Broodje” deed. Jaren eerder, in 2004, noemde hij, uit irritatie over die krant, de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad al eens een overspelige hoerenloper.

Hier begint dan the War on Language.

Youp mag het, en ja, als Youp het schrijft, dan is het inderdaad satire.

Voor de rest van ons is dat niet het geval.

(Ook niet voor GeenStijl red.)

Als wij het doen dan zijn we haat aan het zaaien.

(En we moeten ontslagen worden en onze adverteerders en onze ouders moeten gebeld worden red.)

Na die column kwam hij met een verweer én een les. Het verweer: „Ik ging ervan uit dat iedereen de column als een column zou lezen en dat men mij als cabaretier en columnist goed genoeg kent om te weten wanneer iets een verzinsel is.” De les: „Schrijf nooit een column als je boos bent.” Sommige lessen zijn best moeilijk.

Schrijven als je boos, moe, verdrietig bent, of als je vreselijke pijn hebt in je fokking tering schouder, kan juist heel erg leuk zijn.

Ik vermoed dan ook dat Youp’s korte respons op deze faux pas niet meer dan een lulsmoes was.

De hoofdredactie heeft Van ’t Hek altijd en consequent verdedigd, want een columnist is „geheel vrij in zijn uitingen”, schreef hoofdredacteur Folkert Jensma al in 2004. Dat geldt nu nog, al is het geen dogma: ook columnisten kunnen worden aangesproken op hun werk. Maar ingrijpen of afstand nemen is delicaat (columnisten Margriet Oostveen en, in 1990, J.A.A. van Doorn stapten op, om respectievelijk de eerste en de tweede reden). Van ’t Hek is bovendien geen gewone columnist, heet het, hij is een gevestigd cabaretier. En een clown is een vrije speler, die schrijft wat anderen alleen denken of hooguit zeggen met een slok op aan de stamtafel.

De laatste zinnen zijn het belangrijkst.

Alle columnisten zijn “geheel vrij in hun uitingen”, maarrrr… van ‘t Hek is geen gewone columnist.

Hij is ver boven allen verheven want hij is een extreem succesvolle cabaretier en grachtengordeldier.

(Bovendien is ie een AJAX fan, dus ook het “gewone” volk kan hem goed hebben red.)

Dat is nog steeds de lijn. Een vaste plek voor satire is dan een soort pleisterplaats in de woestijn van het wereldnieuws, waar de lezer de teugels kan laten vieren – of zich verslikken. Zoals in NRC ook al jaren een eend en een kanarie rondlopen die vergeten zijn een broek aan te trekken. Kortom, is het argument, wie theaterzaal-Van ’t Hek betreedt, weet dat niet logica en ernst regeren, maar spot en hoon, afgeblust met moralisme en hier en daar een snik. Dat is heel Hollands. Publicist Ian Buruma wees er op dat botheid hier vaak geldt als morele deugd, onder het motto dat we liever grof en eerlijk zijn dan hypocriet. Dus ja, Van ’t Hek mag veel. In potjes-Latijn: quod non licet Jovi, licet Youpi.

Ik moet een beetje in mijn mond kotsen, maar het punt is er nu goed ingehamerd.

Youp is anders.

Hij mag meer dan wij gewone stervelingen.

Ons taalgebruik wordt ons steeds meer opgedrongen en daardoor steeds meer ingeperkt.

Door the War on Language.

Er zijn ook wel verschillen met GeenStijl, al zijn die relatief. Van ’t Hek prijkt op de Achterpagina, een vrijplaats in een serieuze krant, GeenStijl is één en al Achterpagina. Ander verschil: GeenStijl deed een oproep om seksisme uit te lokken. Van ’t Hek riep niet op het gezin-Van der Staaij rouwkaarten te sturen. Gelukkig niet.

Allemaal opgelet?

De “achterpagina” van het NRC is een en al vrijheid van expressie en gedurfde uitspraken.

De “achterpagina’s” van GeenStijl moeten vooral lief doen tegen de gevestigde media…

… want anders bellen we je ouders en je adverteerders…

Dan gaan we vooral kwijlen met wat mythevorming en idolatrie.

(Niets is de NRC Ombudsman vreemd als ie eenmaal lekker bezig is red.)

Maar ook Van ’t Heks grappen kunnen reële effecten hebben. Zijn ‘Buckler-lul’ was in 1989, fameus, het begin van het einde van dat alcoholvrije merk. In zijn NRC-column trapte hij in 2010 een actie af tegen het bedrijf T-Mobile, wegens ondermaatse dienstverlening aan zijn zoon. NRC deed enthousiast mee: de krant zwengelde de actie stevig aan en maakte een speciaal magazine, de Help. T-Mobile bood pijlsnel excuses aan.

Ja, dat leest u goed.

Youp mag ook het woord “lul” gebruiken.

(Wanneer, waar en hoe ie maar wil red.)

Het moge duidelijk zijn: Youp is zoveel meer dan een mere mortal.

Youp is een groot maatschappelijk denker, een public intellectual, iemand die onrecht aan de kaak stelt.

(Zoals problemen met het mobiele abonnement van zijn zoon red.)

Daar worden we allemaal beter van.

Ook is de maatschappelijke context voor scabreuze humor drastisch veranderd: tirades op Twitter zijn een volkskunst geworden. En ja, één winderige bezoeker in de concertzaal kan hilariteit wekken, maar in een zaal vol uitgedaagde spijsverteerders wordt de muziek toch wat lastig te volgen.

Nieuwe media, weblogs zoals GeenStijl, maar ook Twitter zijn beslist niet zoals de prestigieuze achterpagina’s van het NRC.

Dat is gewoon allemaal maar een beetje met poep gooien en duidelijk ver beneden dat colossale niveau van het NRC en Youp.

T-Mobile is een heel ander bedrijf geworden dankzij de daadkrachtige protestactie van het NRC en Youp.

Dat is iets heul anders dan een beetje infantiel landelijk referendum opzetten waar de meerderheid van het electoraat tegen stemt.

(En ronduit als geweldig werd ervaren door de bevolking red.)

Dat heeft gevolgen voor columnisten, die niet meer opereren in het rijk der schaarste maar in dat van overvloed. Onaantastbaar zijn ze dan ook allang niet meer. Zie de nationale verontwaardiging over AD-columniste Hanina Ajarai, die zich ernstig maar ondoordacht afvroeg waarom ze wel empathie had met ‘Nouri’, maar niet met de slachtoffers van MH17. De krant distantieerde zich ervan. Columnisten zijn anno 2017 geen generaals meer, maar infanteristen met een fotootje; als ze sneuvelen zoek je andere.

Not quite, Sjoerd.

Want daar ga je lelijk de fout in.

Columnisten do as they are told.

Die domme beesten schrijven zoals het hoort.

En dat geldt voor onderwerpen, frame, argumenten, toon en stijl.

Volkskrant, Trouw, NRC, Parool, Joop?

Het is een fucking echokamer.

Een constante dreun van deugen, self promotion en alle afwijkende meningen bashen.

Het is eng ideologisch geworden.

Derhalve maakt geen columnist het ooit te bont.

Ze blijven veilig binnen de bubbel.

En iedereen die ook maar met een voet buiten het pierenbadje probeert te spetteren?

Die wordt afgemaakt.

Ja, behalve de man met het brilletje – die blijft buiten schot.

Klopt.

Dat wisten we al.

En…?

Wat vinden we hier?

Is het goed voor ons medialandschap als “satire” slechts door een (1) enkele bejaarde, stinkend rijke, succesvolle cabaretier gedaan mag worden op de achterpagina van het NRC?

I don’t think so, Sjoerd.

Share
 

Leave a Reply