Pharmacophobia Met Ellen Deckwitz (En Haar Geflipte Zus)

, , Leave a comment

Oh jubel.

Ellen Deckwitz en haar geflipte zus zijn terug.

Vandaag gaan we ons bezig houden met Pharmacophobia, irrational fear of medicine.

pharmacophobia

NRC: Koriander.

Mijn zus opende de voordeur, rook naar een struik en hield een groen uitgeslagen elektrische tandenborstel vast. „Alles goed?” vroeg ik. „Schele hoofdpijn”, antwoordde ze. Meteen begon ik met het afvuren van beproefde remedies maar ze schudde haar hoofd. Terug in de woonkamer plaatste ze een stukje koriander op haar slaap en begon deze met de elektrische tandenborstel te vermalen.

Het staat er echt.

Bij hoofdpijn neem je dus geen paracetamol, of ibuprofen of een andere gangbare pijnstiller.

Nee, je smeert koriander op je hoofd en vermaalt dat met een elektrische tandenborstel.

Je moet er dan dus zorg voor dragen dat je in je medicijnendoos/kastje koriander hebt zitten en een elektrische tandenborstel die je nergens anders voor gebruikt.

Ellen’s zus kijkt vaak televisie met zo’n alu-folie kapje op ‘r hoofd, zodat de overheid haar gedachten niet kan lezen.

Nod Yes Icon

„Ik kreeg deze tip toen ik in Bosnië zat”, zei ze. „Had alles al geprobeerd maar dit werkt.” En inderdaad, binnen een kwartier stonden haar ogen een stuk helderder en mocht ik weer hardop praten. Dat vind ik het leuke aan lichamen: elk heeft een andere gebruiksaanwijzing. Als je opgroeit, krijg je zodra je ongeveer zindelijk bent duizenden trucs hoe dat nou precies moet, zo’n berg organen bewonen. Er wordt je geleerd wat wel (fruit!) en niet (sigaretten!) gezond is, wat je moet doen bij ziekte en hoe je het ding beschermt tegen kou en gefotoshopte lingerieadvertenties. En na een jaar of achttien blijkt dat je lijf ook nog eens een persoonlijke handleiding bezit. De een kan schimmelkaas schransen wat hij wil, de ander krijgt er acute migraine van. Mijn zus rekte zich uit.

Ellen en haar zus zijn opgegroeid ergens in de bergen, bij een vreemde heidense heksencultus.

Het was ook een beetje mijn eigen schuld”, gaapte ze, „ik heb gisteren stiekem chocolade gegeten.” Dat heeft op haar hoofd hetzelfde verwoestende effect als een meteoor op dinosauriërs.

„Jeetje doos”, zei ik, „waarom deed je dat dan ook?”

Geestig gevonden he?

Ellen’s geflipte zus heeft dus helemaal geen kater, ze krijgt hoofdpijn van chocolade.

Jeetje doos”, zei ik, „waarom deed je dat dan ook?”

Mijn zus dacht er even over na.

‘Ik had een beetje liefdesverdriet. Ik had chocola nodig. En ik denk ook dat ik de hoofdpijn nodig had.” „Zodat je even met je gedachten ergens anders was?”

„Ja”, mijmerde ze. „Maar wel tot op zekere hoogte. Wat dat betreft ben ik dolblij dat ik weet hoe ik ook weer van die ellende af kan komen.” Ze was even stil en zei toen: „Oh, fuck it. Ik had gewoon zin in chocola.”

Jeetje, chocola bij liefdesverdriet?
Net als in de fillumps.

„Misschien”, probeerde ik, „gaat het er juist om dat , zodra je precies weet hoe je lichaam werkt, het zo moeilijk is om je neer te leggen bij zijn grenzen. Het probleem is niet dat je jezelf niet kent, maar dat je het moeilijk hebt met je beperkingen. Dat je er niet aan wilt dat voor jou andere regels gelden dan voor de rest.”

Ellen?

Je durft je geflipte zus “doos” te noemen.

Je kunt haar dan ook gewoon vertellen dat ze gek is.

(En hulp nodig heeft red.)

Ze plaatste de groene tandenborstel weer op haar slaap.

„Dat geldt ook voor liefde”, zei ze, en zette de tandenborstel aan. „Maar dat is een ander verhaal.” De borstel gleed over rimpels, verpletterde jonge groene blaadjes.

Diep.
Wat een proza.

Note to self: Met de zus van Ellen Deckwitz kun je dus ook niet op vakantie.

Share
 

Leave a Reply