NRC “Wetenschap”: Waarom Doet De Trein Geen Kedeng-Kedeng?

, , Leave a comment

Het staat er echt.

En het is dan ook echt zo zielig.

NRC “Wetenschap” is verreweg de meest waardeloze sectie in het NRC.

Ik heb daar recent geleerd waarom veters zo vaak los gaan.

Vandaag gaan we ons bezighouden met een wetenschappelijk vraagstuk wat nog veel belangrijker is.

science

Leest u even mee?

NRC: Waar is de kedeng-kedeng tijdens de treinreis gebleven?

Het. Staat. Er. Echt.

‘Kedeng-kedeng, kedeng-kedeng, oe oe”, zingt Guus Meeuwis. Maar klopt dat nog wel? Het kenmerkende ‘kedeng-kedeng’ hoorde je wanneer een trein over een voeg in de rails reed. De voegen, die om de 30 meter zaten, gaven de stalen rails op warme dagen de ruimte om uit te zetten zonder het spoor te beschadigen. Staal zet uit door warmte en krimpt bij kou. In de winter was de voeg wijd.

Fascinerend, tell me more!

Eind vorige eeuw is het overgrote deel van het Nederlandse spoor voegloos gemaakt. Het kedeng-kedeng-geluid is grotendeels verdwenen. Dat is veiliger. De klap op het spoor en de wielen wanneer een trein over een voeg dendert veroorzaakt schade en kan er zelfs voor zorgen dat een trein ontspoort. Hoe hoger de snelheid, hoe harder de klap en hoe meer schade. Voegloos spoor heeft dit probleem niet. Op een voegloos spoor kan een trein harder rijden.

Hoe hoger de snelheid, hoe harder de klap, zeg je?

Dat wist ik niet.

Shaking No Emoticon

Dan gaan we rekenen, da’s ook een “wetenschap”.

Rekent u even mee?

Waarom zijn de voegen niet meer nodig? De zomers zijn niet minder warm. En de rails zijn nog steeds van staal, met een uitzettingscoëfficiënt van ongeveer 0,012 millimeter per meter, per graad temperatuursverandering. Hoeveel verandert een spoorstaaf daardoor van lengte? Reken mee: spoorstaven zijn zo gemonteerd dat ze zich bij 25°C in hun spanningsvrije toestand bevinden, schrijft ProRail in de Richtlijn van het voegloos maken van sporen, wissels, wisselverbindingen, kruiswissels, kruisingen en emplacementen. Boven de 25°C rekt het dus uit en eronder krimpt het. Een stuk spoor van 30 meter wordt 0,36 millimeter langer als de temperatuur van 25°C naar 26°C stijgt. Niet erg indrukwekkend. „Maar bij 30°C met zon, kan de temperatuur van het staal 70°C bereiken”, zegt Valeri Markine, universitair docent railbouwkunde aan de TU Delft. Dan zet 30 meter spoorstaaf ruim een centimeter uit.

Mijn lul doet min of meer hetzelfde.

Krimpen… in bijvoorbeeld heel koud weer, of heel koud water… en uitzetten… als ik het heel ehm… “warm” krijg.

Is er geen voeg die de lengtevermeerdering ‘bergt’ dan ontstaat er een behoorlijke spanningsdruk, waardoor rails kan knikken. Dat heet een spoorspatting. Dit kan binnen enkele seconden gebeuren en levert gevaarlijke situaties op: in de zomer van 2006 ontspoorden er twee treinen door, op de trajecten Bodegraven-Alphen aan den Rijn en Heerlen-Landgraaf. „Spoorspattingen ontstaan vooral op zwakke plekken in het spoor”, zegt Markine. Daarom wordt er vaak gecontroleerd op slijtage, braamvorming en andere onregelmatigheden in het spoor.

“Braamvorming” heeft niets te maken met bramen plukken of eten.

Het is dus beslist niet de bedoeling dat SlimK1nd lezers langs het spoor naar bramen gaan zoeken.

Een voegloze railstaaf kan honderden meters lang zijn, maar beide uiteinden, van ongeveer 70 meter, krijgen de ruimte om tot 220 millimeter uit te zetten. Zo’n lange voeg is niet mogelijk, daarom wordt er een schuine voeg gemaakt, waarin naar één kant spits toelopende staven langs elkaar kunnen schuiven. In het midden van zo’n lange spoorstaaf ontstaat spanning. Vroeger lagen rails op houten dwarsliggers. Die konden die spanning niet opvangen. „Nu zijn er veel zwaardere, betonnen dwarsliggers”, zegt Markine. „Die zijn sterk genoeg om de rails op hun plek houden.” Ook de gebroken stenen van het ballastbed, waar de dwarsliggers in liggen, vangen de krachten deels op. Samen maken ze voegloos spoor mogelijk.

Dank je wel Markine!

Zou jij het hok van de cavia willen schoonmaken?

Dan mag je daarna lekker wiet roken met de “wetenschappers” van het NRC.

Bij bruggen die soms open moeten zijn nog steeds voegen of compensatielassen nodig. Ook bij wissels en spoorovergangen, zie je soms nog voegen. En je hoort ze. Even kun je dan genieten van het ouderwetse ‘kedeng-kedeng’. De ‘oe oe’ mag je er zelf bij zingen.

Dat is echt slordig.

Je moet even kijken waar je zit in de trein.

Als je dit ziet?

stilte

Dan zit je in een stiltecoupe.

Daar mag je niet zingen.

(Of bellen red.)

Shaking No Emoticon

Je moet ook even goed tegenover je en naast je kijken.

Als je namelijk toevallig tegenover of naast mijn dochter zit en je begint “kedeng-kedeng oe-hoe” te zingen?

Dan zit er een dikke kans in dat ze je 1.) op je bek slaat 2.) aan de noodrem trekt en 3.) Spoorwegpolitie zal melden dat ze zich bedreigd voelde door die verwarde meneer passagier.

(Da’s een drama waar niemand op zit te wachten).

 

Share
 

Leave a Reply