Necromania Met Ellen Deckwitz

, , Leave a comment

Ik heb diverse malen mijn zorgen uitgedrukt over de gezondheid van Ellen Deckwitz.

Zorgen, stress, angsten, drama… maar het leest allemaal zo enorm deprimerend.

Het is allemaal zo down… en teleurstellend.

Vandaag gaan we echt lekker depressief.

We kicken ‘m in high gear en we gaan ons bezig houden met Necromania.

Necromania

Ja, necromania… is wel een echt iets.

Leest u even mee?

NRC: Roombotercroissant.

Mijn vader wordt eind deze maand tachtig en op die leeftijd besta je tegenwoordig voor 85 procent uit lijf en voor de rest uit medicatie. Als ik kijk hoeveel pillen hij slikt, lijkt de farmaceutische industrie eerder op een taxidermische instantie dan op een geneeskundig instituut. Bloedverdunners, plaspillen en nog een handvol capsules om het feit dat mijn vader nog steeds de ene sigaret met de andere aansteekt te compenseren. Hij vindt het allemaal wel best, er zijn dagen dat hij de pillen vergeet en de volgende dag maar een hand extra neemt.

Ellen is een laatkomertje.

Ze is al 34 jaar oud!

Sterkte met je vader, Ellen.

Toen ik dit vertelde aan een vriend, die onlangs een managementfunctie bij een grote medicijnenfabrikant opgaf om zich in te zetten voor een stichting die primaten helpt, kon hij een grimlach niet onderdrukken. „Het zal de industrie worst wezen of hij ze regelmatig neemt, áls hij ze maar neemt. Het gaat daar alleen om winst.”

Jouw. Vriend. Deugt!

De Piratenpartij Nederland maakte gebruik van een discussieplatform wat Loomio heette. Een stel linkse, zweverige, holistische knuffel mensen rondom een Ashram in Nieuw Zeeland hadden het ontwikkeld. Het beloofde allerlei gouden bergen qua community en coming together en speeding up the decision chain, maar het was gewoon een online plek om te kankeren en te zeiken. Een van de ontwikkelaars van dat platform (ik ben z’n naam kwaad), “hielp” ook primaten. Als je iets anders met apen doet dan ze de ruimte inschieten of tjokvol medicijnen spuiten… DAN.. DEUG… JIJ… ENORREM!!!! Hoe hielp deze gek al die primaten? Nou hij deed “onderzoek” ergens aan een US universiteit. Een jaar. En hij gaf al die primaten tablets. Ik verzin dit echt niet. Hij gaf die apen tablets en die apen ramden dan op die tablets. En hij kreeg daar dan voor betaald en die apen kregen bananen en een schone kooi en zo. Ame apen.

Hij wilde net beginnen aan een relaas over de donkere kant (ik bedoel de nóg donkerder kant) van de geneeskunde toen een kennis van hem aanschoof op het terras: een jonge edelsmid die net haar eigen bedrijf in rouwsieraden was begonnen. Ze liet ons haar ontwerpen zien. Elegante ringen en armbanden waarin haarlokken en as waren verwerkt.„En de zaken gaan goed zeg!”, glunderde ze. „Ik heb zelfs een assistent moeten nemen! Bakken met geld!” De vriend keek boos, wilde reageren maar ze werd gebeld, zei gedag en, woesj, ze was weer verdwenen.

En daar issie dan.

Ellen gaat het hebben over “de Dood”.

Het is zo’n afschuwelijk depressief meisje.

Croissants

Ik moest denken aan mijn eerste baantje. Toen ik zeventien was, werkte ik een tijd op de plaatselijke begraafplaats. Dat klinkt een stuk spectaculairder dan het was, want in de praktijk kwam het erop neer dat je bankjes schilderde, taxus snoeide en collega’s van bureau Halt tegenhield het strooiveld te stofzuigen. Wanneer er een begrafenis was, werd al het werk stilgelegd, want je wilt natuurlijk niet dat je bij je afscheid wordt gestoord door bladblazers of Sky Radio. Er werd voor een fortuin aan kransen en boeketten bij het graf gelegd.

Ze werkte op een begraafplaats toen ze zeventien (17) jaar oud was?

Ellen – en veel vrouwen in haar familie – kampen met depressie.

Ze heeft een neefje van 11, die heeft het ook.

Werken op een begraafplaats als je heel jong bent lijkt mij een superslecht idee.

„De bloemist laat voor rouwstukken een boeket drie keer over de kop gaan”, foeterde mijn voerman. „De klant durft er niets van te zeggen, want dan lijk je een eikel die meer met geld dan met de overledene bezig is.” „En daarom,” zei de vriend toen ik hem dit vertelde, „zullen de farmaceutische en de doodsindustrie altijd winstgevend zijn. Want je wilt niet overkomen als iemand die beknibbelt op leven en dood.”

Mij mag je doorspoelen als een goudvis.

Bij het grofvuil vinnik ook goed.

En mijn erfgenamen weten dat.

Peinzend dronk ik mijn thee. De gedachte dat op ziekte en sterven grote winsten worden gemaakt, is misselijkmakend.

“De één zijn dood is de ander zijn roombotercroissant”, zei de vriend.

Mag er wel geld verdiend worden aan depressief schrijven over "de dood"?
Want dat ben je hier aan het doen toch?
Share
 

Leave a Reply