De lekkerste patat? Smullers!

, , Leave a comment

Waar o waar…. haal je de lekkerste…. haring, pizza, noten, gebak… of patat? Iedereen heeft daar wel een mening over. Wat mij opvalt is dat mensen vaak 3 locaties in hun hoofd hebben.

  1. Er is de plek waar ze geregeld haring/pizza/noten/whatever halen…
  2. Dan is een plek waar ze het echt lekker lekker vonden, maar meestal niet geregeld komen
  3. En er is een plek ver, ver weg, heel, heel lang geleden (“dat ene tentje in Borneo naast die duikschool”)

Sommige mensen gaan nog een stap verder en hebben een 4e locatie die inmiddels niet meer bestaat: “Vroeger had je aan de andere kant van het spoor een geweldige Chinees, maar da’s 20 jaar geleden, die werden dichtgetimmerd”.

Wat maakt een tent “het beste”? Dat is vaak heel subjectef. Ik las een keer geen goede column van een vent die inderdaad een favoriete haringkar had op de Utrechtsestraat. Waarom was dit de beste? De begroeting. Als ie langskwam voor haring dan zei de verkoper altijd “Heeeey, jongen”. Hij voelde zich dan jong en viriel. De haring was uiteraard bijzonder vers en lekker, maar die begroeting? Dat was the icing on the haring.

Mensen dikken de verhalen omtrent “de beste” <vul in> altijd een beetje aan. De beste cocktail? “Nou toen ik Ilse ten huwelijk vroeg in de tuin bij ‘r ouders, natuurlijk” (en hij heeft een godsgruwelijke teringhekel aan z’n schoonouders en hun fucktuin). Je moet tevens proberen je topic wat omhoog te krikken. Een cocktail klinkt al een stuk beter dan de beste moorkop of de beste uitsmijter.

De beste kreeft? “Ken je Bari? Jammer. Er is daar een tentje, 2e afslag autostrada….moet je echt een keer proberen”.

Er is een leger van vreemde kwallen beschikbaar om je dingen te vertellen over de beste truffels, tournedos, konijn, zwaardvis, noem maar op.

Ook de meer simpele geneugten ontkomen niet aan dit fenomeen.

Het lekkerste biertje? “Ken je Brugge, net na die poort, daar zit een Trappisten proeflokaal en….”. Of erger: “Doe mij maar een Red Stripe, ken je dat? Dat is Jaj-maj-kaans”. Ik kwam een keer een gek tegen met een heel verhaal over roze bier wat echt smaakte naar bubblegum (terwijl ik vodka aan het drinken was, rokend voor een hotel). Een andere gek begon toen – als respons – over een ei, met een soort mismaakt kuiken erin (“een delicatesse”)  en dat drink je dan met bier en tabasco.

Er zaten allemaal kleine flesjes in mijn mini-bar, dus ik ben toen naar binnen gegaan, naar mijn kamer.

What about patat? Ook patat ontkomt hier niet aan. De “beste” patat? Da’s een tent ergens rondom de Belgische grens, of biologische frittata-sticks “bij die hacienda, net even buiten Montevideo, weet je nog?”. Ook meer lokaal zullen zelf – gemaakte, Vlaamse, Waalse, Hispaanse, biologisch, etnische aardappel-snackbars genoemd worden. Zo ook hier, in onze hippe hoofdstad. De “beste” patat in Amsterdam? Da’s hele bijzondere patat, die haal je niet zomaar in een snackbar op de hoek. Daar is iets speciaals mee aan de hand. Daar moet je iets voor doen. Daar zit een verhaal aan vast.

Not for me.

De “beste” patat? De lekkerste patat? Die haal je bij Smullers. Grote bak lekkere patat, zoete mayonaise. Ze hebben zelfs kinderpatat en puntzakken. Gewoon op talloze NS stations en die zijn van heel vroeg, tot heel laat open… volgens mij zelfs iedere dag.

 

SmullersSmullers Logo

 

Share